Van traditionele duizendpoot naar coöperatieve specialist

De open deur is hier al menig keer ingetrapt hier: de traditionele functie van secretaresse staat onder druk. Technologische vernieuwingen, veranderende arbeidsverhoudingen en economische ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de secretaresse haar meerwaarde voor een organisatie moet herdefiniëren om er zeker van te zijn succes te genereren of vast te houden. Maar hoe dan?

Volgens Management Support-deskundige Annemarie de Martines moet de secretaresse anno 2012 zich dan ook twee vragen stellen:
1) Welke talenten en welke toegevoegde waarde heb ik mijn organisatie te bieden?
2)  Wat heb ik van mijn organisatie nodig om dit optimaal te realiseren?

Het in kaart brengen van de voor jou specifieke talenten en capaciteiten is van belang, omdat je in het huidige klimaat niet gebaat bent bij het wegwerken van je onvolkomenheden, maar juist bij het in de etalage zetten van je sterke kanten. Volgens De Martines bestaat het in een wereld die zo snel en gecompliceerd is gewoonweg niet meer om alles te kunnen. Specialisatie op een bepaald terrein (HRM, marketing, communicatie, juridisch en medisch, etc.) is daarmee essentieel in het vaststellen van je marktwaarde.

http://www.linnartz.nl/opleidingen/beroepsopleiding-secretaresse-basisdiploma-53.htmlEn wat heb je van je organisatie nodig om optimaal te kunnen functioneren als specialistische secretaresse? In het huidige Nieuwe Werken worden samenwerkingsrelaties gekenmerkt door openheid, gelijkwaardigheid en steun. Of zoals De Martines het omschrijft: het besef dat je elkaar nodig hebt en het alleen niet (meer) redt. Vanuit dit gedachtegoed laat je weten welke begeleiding je nodig hebt in je verdere ontwikkeling en waarom. Vind dus je toegevoegde waarde en spring daar op in!

(Gebaseerd op http://www.helloassistant.nl/cms/wp-content/uploads/2012/03/Nieuwsbrief-maart-2012.pdf)

Advertenties

Nieuw op de Flexmarkt: de ZPP’er

Ondernemen en ambtenaarschap. Het lijken twee onverenigbare uitersten. Maar is de vooronderstelling dat overheid en ondernemerschap twee losse eilandjes zijn niet erg ouderwets?

Volgens Christophe van der Maat, benoemd tot Jonge Ambtenaar van 2012, wel. Hij is de pleitbezorger voor meer individueel ondernemerschap in de overheid. Volgens Van der Maat  moeten overheden flexibiliseren. Meer ruimte creëren voor de ondernemende ambtenaar, of zoals Van der Maat het noemt ‘de Zelfstandige Publiek Professional’. Deze ZPP’ers verbinden zich aan meerdere losse opdrachten bij verschillende overheidsorganisaties. Van der Maat werkt fulltime bij de gemeente Dordrecht, maar heeft via een onbetaald verlof regeling een kwart van zijn salaris ingeleverd. De tijd die hij daarmee vrijspeelt gebruikt hij als ZPP’er. Momenteel voert hij bijvoorbeeld een opdracht uit voor de provincie Noord-Brabant . Het verschil met detachering is dat het risico voor de ZPP’er is. Je moet zelf je opdrachten binnenhalen als je geen opdracht hebt wordt je ook niet betaald.

Kortom, zelfstandig ondernemerschap en een ambtelijke functie kunnen elkaar prima overlappen. Zeker als overheden besluiten meer te gaan werken met tijdelijke opdrachten (wat toch zeer aannemelijk is) heeft de ZPP’er de toekomst.

Kijk voor meer informatie op www.denetwerkstad.nl

De rol van de arbeidsmarkt bij de politiek economische onderhandelingen

Algemeen wordt gesteld dat het vastlopen van de Catshuisbesprekingen desastreus is voor de economische status van Nederland. Hoe urgent is de situatie en wat is het belang voor de arbeidsmarkt en recruiters?

Uit de recent verschenen Arbeidsscan van 2012 van de Raad voor Werk en Inkomen blijkt dat Nederland alle zeilen bij moet zetten om de positie van “lagewerkloosheidsland” te behouden. Lukt dat niet, dan zal dat ook ten koste gaan van de participatiegraad. Dat is nu al zichtbaar bij vrouwen van 25 tot 45 jaar die zich eerder van de arbeidsmarkt terugtrekken dan genoegen te nemen met een baan die minder goed aansluit bij hun ambities en zorgtaken.

Grootschalige bezuinigingen blijken volstrekt noodzakelijk, maar het lijkt voor de arbeidsmarkt essentieel dat dit gepaard gaat met investeringen, bijvoorbeeld op het gebied van omscholing. Uit de Arbeidsscan 2012 blijkt namelijk ook dat laagopgeleiden veel concurrentie ontmoeten van hogeropgeleiden die geen werk kunnen vinden in hun eigen segment en goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europa. Daarnaast bestaat er een tekort aan technisch geschoold personeel. Er is dus beleid nodig om deze tekorten en overschotten op elkaar te laten inspelen.

Een ander punt waar beleid gewenst is heeft betrekking op een overschot aan ambtenaren. Overheidsspecifieke opleidingen moeten breder worden, zodat dit personeel ook inzetbaar is in het bedrijfsleven, aldus het advies van de Raad voor Werk en Inkomen.

Vraag en aanbod sluiten daarnaast niet goed op elkaar in, in het hogere segment. Volgens de Raad is er behoefte aan vraaggericht beleid voor beter opgeleiden. In de praktijk blijkt namelijk dat veel beter opgeleiden moeite hebben met het vinden van een passende baan in hun vakgebied. Vaak ook omdat het aanbod niet aansluit bij de vraag. De overheid moet zich meer bewust zijn van de problematiek dat veel studenten een studierichting kiezen waar weinig werk in te vinden is.

Een conclusie van de Arbeidsscan van een andere orde is de “populariteit” van deeltijdbanen in Nederland. Zo blijken veel mensen op basis van deeltijdcontracten werkzaam  te zijn (voor deel op basis van een bewuste keuze), waarbij het steeds vaker voor komt dat werknemers meerdere deeltijdbanen naast elkaar hebben. Dit heeft deels te maken met veranderingen in arbeidsmotivatie en veranderingen in arbeidsverhoudingen. Die veranderingen zullen ertoe leiden dat de verschillende vormen van arbeidsrelaties naar elkaar toegroeien. Het verschil tussen een werknemer met meerdere deeltijdbanen, een zelfstandige met meerdere opdrachtgevers en een werknemer met een deeltijdbaan en daarnaast een eigen bedrijf wordt dan kleiner.

De vraag is dan niet zozeer “werk of geen werk?” maar “welk werk en al dan niet genoeg werk?”.

De arbeidsmarkt verandert dus gestaag en niet op alle vlakken op een gunstige manier. Om Nederland voor een diepere recessie in de toekomst te behoeden is flink bezuinigen daarom niet genoeg. Nederland is erbij gebaat haar status als “lagewerkloosheidsland” te behouden en moet om die reden specifiek beleid ontwikkelen om dat te bewerkstelligen.

Flex is a lifestyle

Wanneer een congres de naam ‘Uitzendbureau van de Toekomst’ draagt, weet je als bezoeker dat de glazen bol erbij gepakt gaat worden. Futurist Wim Davidse besprak zijn visie op de toekomst met betrekking tot de flexbranche met een bevlogen lezing.

De macro-economische bespiegelingen die Davidse de revue deed passeren, zal ik hier even overslaan. We weten immers wat ons te wachten staat:
1) economische achteruitgang
2) globalisering
3) vergrijzing
4) uitputting van minerale bronnen
5) ecologische teloorgang
6) verdergaande digitalisering

Wat naast deze enigszins abstracte ontwikkelingen interessanter is vanwege de intermenselijke factor, is de nieuwe Pursuit of Happiness die binnen de samenleving ontstaat. Volgens Davidse heeft de kandidaat van de toekomst andere, nieuwe motivaties en drijfveren. Zo zullen mensen werk meer zullen gaan inzetten in hun intrinsieke zoektocht naar geluk. In de ogen van Davidse zal de werkzoekende van de toekomst het volgende vragen in een baan:
1) parttime werken
2) op verschillende, uitdagende terreinen
3) met eigen inbreng
4) en mogelijkheden voor groei
5) een goede privé- en werkbalans
6) met daarnaast een eigen bedrijfje (of een paar)
Nadat Davidse zijn toekomstvisie had gepresenteerd, pakte ook trendwatcher Samir ter Lüün zijn glazen bol erbij. Hij sloot zich aan bij de eisen van de toekomstige werkende. Daarnaast voorzag hij dat meer uitzendorganisaties zich zullen specialiseren in niches en dat de beleving meer centraal komt te staan.

Het Uitzendbureau van de Toekomst

Stilstand is achteruitgang. Zeker nu de beroepsbevolking drastisch aan het veranderen is, eveneens als het aanbod van banen, is het voor uitzendbureaus en werving en- selectiebureaus essentieel om te innoveren. Dit is de kern van de oproep tot innovatie van Marco Bastion, voorzitter van de NBBU tijdens het congres ‘Uitzendbureau van de Toekomst’ van afgelopen donderdag.

De Kansen tot Innovatie

Ontwikkeling binnen de overheid
Allereerst ziet Bastian kansen tot innovaties door de terugtrekkende overheid. Volgens hem komt de nadruk zo meer te liggen op het publiek en biedt het dus kansen voor private samenwerkingsverbanden. Daarnaast betekent het meer zelfregulering in de branche. Dit maakt de weg vrij voor nieuwe ideeën.
Om bij de overheid te blijven: bij het UWV gaan ingrijpende bezuinigingen plaatsvinden, waardoor werkzoekenden minder snel en minder intensief begeleid zullen worden. Dit maakt het aannemelijk dat werkzoekenden eerder geneigd zijn andere bureaus in te schakelen.Een ander overheidsgerelateerde tendens heeft betrekking op de ziektewet. Er zal meer ruimte komen om verzuim efficiënter te organiseren, zowel in uitvoering als kosten. Ook zal de afweging gemaakt moeten worden of uitzendorganisaties wel of niet belangrijk worden als eigenrisico- drager.
Als voorzitter van het NBBU vond Bastian het daarnaast van groot belang om de kwaliteit van de flexmarkt te borgen en daarmee de slechte naam weg te poetsen. Er moet een gelijk speelveld ontstaan door malafide uitzendbureaus terug te dringen.

Economische ontwikkelingen
Door de crisis en de spanningen op de arbeidsmarkt zal de onzekerheid nog wel even blijven. Volgens Bastian zullen vraag en aanbod sneller en vaker verschuiven dan we vanuit het verleden gewend zijn. Ook zullen er nieuwe arbeidsmigrantenstromen plaatsvinden. De grote werkloosheid in landen zoals Spanje zal ertoe leiden dat Zuid-Europa het ‘nieuwe’ Oosten wordt. Maar omdat de beroepsbevolking minder sluitend wordt met betrekking tot het aanbod zal de werkloosheid blijven toenemen.

Technologische ontwikkelingen
Door de verdergaande automatisering zullen locatie en tijd steeds verder ontkoppeld raken van de notie ‘werk’. Hierdoor wordt het gemakkelijker om in contact te komen met kandidaten. Daarnaast zullen bepaalde uitzendhandelingen overgenomen worden door de computer en moet de uitzendbranche zich dus concreet bezig houden met haar meerwaarde en het intermenselijk contact benadrukken en promoten.

Kortom, de flexbranche is dynamisch en staat voor grote uitdagingen, maar heeft ook veel kansen en potentie. De focus zal gericht moeten worden op de menselijke meerwaarde van een intercedent plus de meerwaarde van kennis over de mogelijkheden en obstakels in een complexe markt.

Flexibele arbeid vs. Flexibele mens

Management-Support kandidaat Angela Morpurgo is afgestudeerd Arbeidssocioloog. Ter afronding van haar studie heeft ze een onderzoek gedaan naar de gevolgen flexibele arbeid voor de sociale sfeer. In de sociologie bestaat er namelijk een dominante theorie, welke Fabian Dekker (2007) samenvat met de volgende zin, The ‘new’ short-term, unstable labour market simply leaves no room for long-term social relations and mutual commitments. Andere meer recente en kwantitatieve studies naar deze relatie verwerpen de dominante theorie. Hoe zit het nu? Het onderzoek van Angela is uitgevoerd onder intern flexibele krachten van het Ministerie van Buitenlands Zaken. De resultaten van Angela kunnen echter ook verder worden doorgetrokken naar andere externe flexibele krachten, zoals zelfstandig professionals.

De Flexibele Mens-these
In haar scriptie ‘Round and round Carousel has got you under its spell. Moving fast but going nowhere’ gaat Angela in op de dominante theorie, namelijk flexibele mens these van Socioloog Richard Sennett. Centraal punt is dat de hedendaagse werknemer veel minder standvastig is. Zo zit twintig jaar werken bij dezelfde baas er in veel gevallen niet meer bij. De huidige professionals zijn veel mobieler dan voorgaande generaties, dat wordt ook van ze verwacht. Volgens Sennett leidt deze nieuwe levensvorm tot erosie van solidariteit, betrokkenheid, verbondenheid en diepere sociale banden.


Moderne nomaden & Ontwortelden
Angela ontwaart  en benoemt in haar onderzoek twee groepen: de moderne nomaden en de ontwortelden. Moderne nomaden trekken van baan naar baan, waar ze telkens een nieuw netwerk aan contacten opdoen. Hier voelen ze erg prettig bij. Ze ervaren het als uitdagend. Doordat ze enkel korte verbintenissen aangaan met andere mensen, zou je kunnen bedenken dat ze een gebrek ervaren aan sociale steunpilaren en continuïteit. De moderne nomaden hebben hier echter een oplossing voor: de social media. Voor hen ondervangen de sociale media sociale erosie.

Voor de ontwortelden, zoals Angela ze noemt, is dat niet voldoende. Ze voelen zich telkens uit hun context getrokken en hebben moeite met het elke keer opnieuw opbouwen van een netwerk. Ze missen een vaststaande sociale omgeving. Voor deze groep is contact via social media slechts een slap aftreksel van face-to-face communicatie.

Een interessante gedachte uit het onderzoek van Angela is dat flexibele arbeid invloed heeft op de gemoedstoestand van mensen wanneer het gaat om de sociale sfeer. Dit maakt dat flexibele arbeid niet voor een ieder geschikt is, de mindset, mening over en gebruik van social media speelt een grote rol hierin. Flexibiliteit is meer dan een eigenschap, het is vakmanschap.

Stille arbeidsmarktrevolutie vraagt om sociale innovatie

In de meest recente uitzending van het discussieprogramma Buitenhof kwamen hoogleraar Economie Esther Mirjam Sent en Jerry Helmers van het ZZP-platform aan het woord. In het programma bespreken zij de definitie van een ZZP’er, schijnzelfstandigheid en een stille arbeidsmarktrevolutie.

Uitzendig Buitenhof 12/02/12

Categorisering van de groep ZZP’ers
Esther Mirjam Sent geeft aan dat de diversiteit binnen de groep ZZP’ers nogal eens wordt ondergesneeuwd in de hedendaagse beeldvorming. Voor de volledigheid onderscheidt zij vier categorieën binnen de groep ZZP’ers:

  1. Mensen die er wat bijklussen, zoals hoogleraren.
  2. De probleemgroep. Mensen, die bijvoorbeeld in de zorg en de bouw werken, en vaak onvrijwillig ZZP’er zijn geworden.
  3. Ondernemers die een positieve bijdrage leveren aan de economie en houden van de vrijheid en de onafhankelijkheid van het zelfstandig ondernemerschap.
  4. ICT’ers, advocaten en andere professionals die traditioneel al op zelfstandige basis werkzaam zijn.

Werkende armen
Natuurlijk werd in Buitenhof voornamelijk de nadruk gelegd op de tweede groep. Het gaat hier om werknemers die ontslagen zijn door hun werkgevers om vervolgens als zelfstandige weer te zijn ingehuurd. Dit scheelt de werkgever een grote som sociale kosten, maar is niet meer dan een korte termijnoplossing. Een gevaar bij deze schijnzelfstandigheid is dat deze mensen voor dusdanig lage tarieven werken, dat ze geen geld meer over hebben om zich te verzekeren en vaak tegen de armoedegrens aanzitten. Deze groep kan gezien worden als de werkende armen. Uit onderzoek is gebleken dat 50% van de werkende armen in Nederland ZZP’er is.

Stimuleren van zelfstandig ondernemerschap?
Daarnaast werd er gesproken over de kabinetsplannen om zelfstandig ondernemerschap te stimuleren. Volgens Jerry Helmers is dit niet de juiste insteek. Hij benadrukt dat de keuze voor zelfstandig ondernemerschap te allen tijde een vrijwillige keuze moet zijn. Je moet altijd na kunnen gaan of zelfstandig ondernemerschap wel bij jou past. Wij, van EdgarField, zijn het hiermee eens en organiseren daarom ook de Masterclass Zelfstandig Ondernemerschap om mensen die spelen met de gedachte zelfstandige te worden goed voor te bereiden op deze keuze.

Een collectief vangnet voor ZZP’ers?
Sent geeft aan dat doordat de groep zelfstandigen groeit er maatregelen dienen genomen worden. Volgens haar vindt er nu een stille arbeidsmarktrevolutie plaats die vraagt om sociale innovatie. Er ontstaat een groeiende groep die buiten collectieve arrangementen valt. Door middel van het instellen van minimumtarieven, het faciliteren en stimuleren van scholing en het begeleiden van pensioenen en verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid, kunnen we de maatschappelijke plicht vervullen om voor deze mensen toch een bepaald collectief vangnet te creëren.

Helmers vindt echter dat je als ZZP’er bewust afstand hebt gedaan van je sociale zekerheid. Je kunt het dan ook niet verplicht stellen, want dan ondermijn je de vrijheid die met zelfstandig ondernemerschap samen hoort te gaan. Daar zijn we het bij EdgarField mee eens. Je vrijheid en onafhankelijkheid moeten altijd gewaarborgd blijven. Dat betekent alleen niet dat je bestaan bol hoeft te staan van onzekerheden. Bij EdgarField bieden we daarom zekerheidspakketten voor zelfstandigen op het gebied van zorgverzekeringen, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, opleidingen en workshops.